Eventjes terug blogde ik over de 30% regel: wordt voorzichtiger als de stijging van de S&P boven de 30% komt op jaarbasis en even later weer onder die 30% komt. http://beleggenopdegolven.blogspot.nl/2013/05/is-de-s-te-veel-gestegen-de-30-12-regel.html Naar mijn gevoelens over de afgelopen 30+ jaar was dat een reden om tevreden te zijn met die stijging en voorzichtiger te worden. Dit had Ter Veer me toen ik jong was bijgebracht en zijn vuistregels waren (en zijn) bij mij bijna heilig. Vaak kwam er dan een correctie. Dat heb ik de laatste weken rondgetoeterd als een soort handvat voor een trigger om wat voorzichtiger beleid uit te lokken.
Dat lokte enig toetsen aan de cijfers uit van mijn collega Jitzes en met schaamrood op de kaken moet ik erkennen dat de empirie die 30% in het geheel niet ondersteunt.
Het bovenstaand plaatje van Jitzes laat zien wat er gebeurde sinds eind jaren twintig met Amerikaanse aandelen in het daaropvolgende jaar bij een bepaalde koersstijging van x% in het voorgaande jaar. Bij 30% stijging is het nog een soort random walk. Pas bij enorme stijgingen in de orde van grootte van 100% is de hitratio van dalende koersen hoog (en het omgekeerde, koersstijging na koersdalingen begint pas een degelijk verhaal te worden bij koersdalingen van ongeveer 50%).
Nu is mijn regel dat je pas moet verkopen als die stijging weer onder de 30% komt na daarboven te zijn geweest. Na wat number crunching (en een e-mail van 60 MB) kwam daar het volgende uit:
