14 juli 2010

correctie S&P500 zorgelijk groot



De huidige correctie van de S&P500 was 16%. Nu is daarna de S&P weer zo'n 5% hersteld, maar de charts zien er nog slecht uit: de lower lows zijn niet ongedaan gemaakt via een verdere stijging tot een higher high op bijvoorbeeld 1125. Dat kan nog komen, maar tot die tijd ziet de chart van de S&P500 er zorgelijk uit.
Er is goede hoop dat de komende winstcijfers voldoende goed zijn om de verwachte 2010 winsten naar boven te krijgen. Maar ondertussen lijkt het erg op 1998 en 1987 (na de flah crash enkele maanden geleden niet ondenkbaar).

Wat kan er zoal misgaan.

De olieramp van BP kan nog verder uit de hand lopen (men geeft aan dat men de olie op gaat vangen in plaats van de oliebron te dichten tenzij men erg veel geluk heeft. BP vindt wel dat ze op dat geluk mogen rekenen. Dat kan tegenvallen).

De stresstesten voor Europese banken kunnen tegenvallen. Als je echt veronderstelt dat je op Spaanse leningen moet afschrijven, dan hebben heel wat banken onvoldoende kapitaal. Voorlopig denkt men dat publicatie een succes zal zijn en dat enkele banken kapitaal bijgeplempt moeten krijgen (in ieder geval de Spaanse spaarbanken). Op zich is de vorming van een nieuw crisisfonds om een en ander te financieren wel gunstig (maar het helpt niet de te grote schuldenlast te verminderen, het is opnieuw een verplaatsen van de schulden). Als ondertussen de Amerikaanse bankwinsten tegenvallen helpt dat ook niet

Er kunnen tegenvallers in de winst en guidance zijn, vooral bij retail, utilities en telecom. Ook farma heeft soms zijn tegenvallers. De verwachtingen voor industrie en transport kunnen te hoog zijn. Als de guidance een doortrekken van juni wordt kan het tegen vallen.

Materials kan haast niet et goede guidance komen.

Ongetwijfeld kan er nog veel mer fout, maar ik heb even gebrek aan fantasie.

Benderly heeft bijgevoegde tabel gegeven. Als de beurs meer dan 15% van top naar beneden ging was je altijd op weg naar het dieptepunt van de vierjaarscyclus.
Voor de omvang en duur van de neergang kun je drie gradaties onderscheiden, zo zeiden we al in ons boek.
1. een schok of beperkte groeirecessie (duurt 2-6 maanden)
2. een recessie (duurt 5-12 maanden)
3. een recessie plus ernstige terugval investeringen (de Juglargolf zet een dieptepunt), meestal ook smaen met schokken (duurt 12-36 maanden).

Op het ogenblik is er waarschijnlijk sprake van situatie 1. Een schok (Griekenland).
Een Juglarrecessie is onwaarschijnlijk op het huidige lage niveau van huizenbouw ( op een niveau van 2 miljoen per jaar kan het veel terug, op een niveau van 0,5 miljoen nog nauwelijks, voor de andere investeringen geldt in mindere mate hetzelfde). Gunstig is dat bedrijven nu veel cash en een hoge cashflow hebben, terwijl de winstmarge nog steeds aan het stijgen is (plaatje Benderly).
Benderly ziet het als een reactie op de grote koersbewegingen van de afgelopen jaren: de veel te grote daling en daarna het navenant grote herstel van 70%. Dat roept al snel om een iets grotere reactie dan normaal. Het is meer iets als 1984 en 1976.
Eindconclusie: als er geen nieuwe schok komt en geen recessie, dan hebben we het dieptepunt gezet vorige week. Nog een keer wat omlaag net als in 1998 als er nog wat meer geschokt wordt is een andere mogelijkheid met ook behoorlijk wat kans.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten